Zorgmedewerker aan woord 1
  • Liesbeth van de Weerd
  • voedingsassistent
  • Talmahof, zorggroep Oude en Nieuwe Land, in Emmeloord

Zorgmedewerker aan het woord: Liesbeth van de Weerd

Waar werk je?

‘In de Talmahof, onderdeel van de Zorggroep Oude en Nieuwe Land, in Emmeloord. Ik werk op een gesloten afdeling voor demente bewoners. Er zijn drie huiskamers met elk zes of zeven cliënten.’

Hoe ben je daar terechtgekomen?

‘Lang geleden was ik voedingsassistent in het ziekenhuis in Kampen. Daarna heb ik jaren voor het gezin gezorgd en achttien jaar geleden ben ik weer de zorg in gegaan. Eerst in de huishoudelijke dienst, daarna gastvrouw. Dat heb ik met veel plezier gedaan, maar uiteindelijk ben ik toch weer de zorg in gegaan. Voor de functie van gastvrouw was helaas geen geld meer.’

Vind je dat jammer?

‘Ja, heel jammer, omdat ik toen cliënten echt aandacht kon geven, meer dan ik nu kan. Dat soort mogelijkheden is helaas verdwenen. Als die functie weer terug zou komen, zou ik het meteen gaan doen.’

Is voeding belangrijk in je huiskamer?

‘Zeker! We eten samen, de meeste mensen zitten niet zo veel op hun eigen kamer. Er wordt centraal gekookt, maar af en toe doen we iets bijzonders, met een mobiele keuken. Ik heb zelf een keer soep gemaakt, en ook een keer pannenkoeken. Ze ziet meteen dat bewoners die geuren herkennen. Eén man, die anders nauwelijks eet, heeft toen twee pannenkoeken verorberd! En iets geks wat me opvalt: als er ’s avonds patat is en je zet er een bakje mayonaise bij, dan doopt iedereen daar keurig de patatten in. Ze weten het precies. Terwijl ze zich soms met het middageten geen raad weten.’

Wat ontbreekt er nog aan?

‘Het is wel jammer dat alles nu met papieren placemats en zo gaat. Een mooie kleedje op tafel zou wonderen doen. En je moet de tafel vlak voor etenstijd dekken, niet een half uur eerder. Dan gaat iedereen weer van tafel. Ken je het boek ‘Eten om niet te vergeten’? Heel herkenbaar. Je moet steeds heel duidelijk zijn. Gewoon een broodje geven werkt vaak niet, ze weten niet wat ze ermee moeten doen en vinden het fijn als jij het klaarmaakt en vraagt wat ze erop willen.’

Het zal niet altijd makkelijk zijn.

‘Nee, dat is waar. Het is moeilijk als je ziet hoe mensen lijden, als iedereen om vijf uur ’naar huis’ wil en ze mij vragen om de sleutel van de deur waardoor ze anderen naar binnen en naar buiten zien gaan. Of als iemand nog niet diep dement is en zich soms realiseert wat er gaande is. Dat is heel verdrietig. En af en toe is het ook op een andere manier zwaar: de buitenwereld heeft geen idee wat je naar je hoofd geslingerd krijgt, en dat je soms ook gewoon geschopt en geslagen wordt door bewoners. Mensen die mopperen over de kwaliteit van de zorg, zouden eens een dagje moeten meedraaien.’

Maar toch ook mooi werk?

‘Zeker, ik geniet vooral van de dankbaarheid die bewoners  tonen, op hun eigen manier. Als je je hand op hun arm legt, en zij leggen hun hand daar weer op: dat is geweldig. Die aanraking hebben ze echt nodig.’