Zorgmedewerker aan het woord: Geri Frelink 3
  • Geri Frelink
  • Zorgmedewerker
  • Stichting De Passerel in Oene

Zorgmedewerker aan het woord: Geri Frelink

Geri Frelink begon ooit in de grootkeuken van een verpleeghuis en heeft een opleiding gedaan voor de civiele dienst. Eigenlijk heb ik van alles gedaan. Ze is ook kok geweest in een verzorgingshuis en was werkzaam in de psychogeriatrie.

Waar werk je?

Bij Stichting De Passerel in Oene, op een afdeling met jongeren met een verstandelijke beperking.

Hoe ben je daar terechtgekomen?

‘Ik ben ooit begonnen in de grootkeuken van een verpleeghuis, heb een opleiding gedaan voor de civiele dienst, eigenlijk heb ik van alles gedaan. Ik ben ook kok geweest in een verzorgingshuis en een jeugdherberg. Tot voor kort was ik werkzaam in de psychogeriatrie, maar op voedingsgebied werd de uitdaging steeds minder. Bewoners kwamen in een steeds later Alzheimer-stadium binnen en dan kunnen of willen ze steeds minder. Daarom ben ik om me heen gaan kijken en kwam dit voorbij.’

Bevalt het werk?

‘Ja, enorm! Ik doe dit werk echt vanuit mijn hart, ik krijg er heel veel voor terug. Ik heb een volwaardige grote keuken waarin ik als een ballerina kan ronddansen. Nou ja, waarin ik een walsje kan doen. Ik bedenk de menu’s, koop zelf in en kook zelf. Waar mogelijk doe ik inkopen bij onze eigen zorgboerderij en buurtwinkel, waar ‘mijn’ jongeren ook werken. Het is een beetje een samenleving in het klein.

Jongeren komen heel makkelijk even de keuken in om een praatje te maken, bijvoorbeeld over eten dat ze het allerlekkerst vinden en dat ik absoluut een keer zou moeten klaarmaken.’

En zijn de bewoners ook blij met jou?

‘Het lijkt er wel op. Ze zijn heel eerlijk en heel direct. Als je bijvoorbeeld iets speciaals voor iemand hebt gemaakt, dan wil een ander dat ook. En die zegt dat heel duidelijk. En als ze het lekker vinden, zeggen ze het meteen. Ik denk dat ze, als ik per ongeluk de aardappelen een keer zou laten aanbranden, het óók in geuren en  kleuren aan iedereen zouden vertellen. Gelukkig is me dat nog niet overkomen.’

Ze vinden natuurlijk niet allemaal dezelfde dingen lekker.

‘Klopt, hun wensen zijn heel gevarieerd, van Hollandse pot met bloemkool tot Indonesisch. Maar ik maak ook taco’s, of gewoon een keer patat. Sommige dingen kennen ze niet, maar ze zijn best bereid om wat te proberen. Zeker als ze zien dat anderen dat ook doen. Zien eten doet eten. En meestal blijkt dat ze het eigenlijk ook heel lekker vinden.’

Komen je bewoners helpen?

‘Ja hoor, regelmatig. Ze kunnen natuurlijk van alles: aardappelen schillen, groente schoonmaken, satésaus maken van pindakaas, een boodschap doen. Ze gaan heel rustig aan de slag en kijken wel honderd keer op om bevestiging te krijgen, of een complimentje. Een van de bewoners komt elke week lekker met me achter de pannen en potten staan. Dat is het mooie van de manier waarop we hier werken: proberen om mensen zoveel mogelijk zelf te laten doen.’

Wat is het leukste aan je werk?

‘Het enthousiasme van de bewoners als ze mijn keuken binnenkomen, daar word ik gewoon superblij van. Eigenlijk zochten ze een moederfiguur, iemand die lekker bezig is in de keuken en waar bewoners ook terecht kunnen voor een praatje. Nou, ze hoefden niet verder te zoeken!’