Zorgmedewerker aan het woord: Evelien Westerink 2
  • Evelien Westerink
  • palliatief verpleegkundige
  • Willem Holtrop Hospice, Ermelo

Zorgmedewerker aan het woord: Evelien Westerink

Wat doe je?

‘Ik ben palliatief verpleegkundige in het Willem Holtrop Hospice in Ermelo.’

Hoe ben je hier gekomen?

‘In het kader van mijn opleiding had ik in het hospice al eens stage gelopen. Daarna heb ik geruime tijd in de thuiszorg, in een verpleeghuis en als wijkverpleegkundige gewerkt. Op een gegeven moment zag in in een advertentie dat ze in het hospice een oproepkracht zochten. Dat ben ik toen gaan doen, naast mijn baan als wijkverpleegkundige. En eind vorig jaar ontstond er een vacature voor een vaste baan, parttime. Die kans heb ik met beide handen aangegrepen.’

Waarom heb je ervoor gekozen?

‘Toen die vacature ontstond, heb ik mezelf afgevraagd wat ik nu eigenlijk het liefste wilde. Als wijkverpleegkundige had ik te maken met heel veel lijntjes en verbindingen. Daar genoot ik op zich best van, maar ik miste tegelijk de diepgang. En het werk in het hospice had dat wel, maar als oproepkracht kwam ik er te weinig aan toe. Dus toen heb ik mijn beslissing genomen.’

Geen spijt van  gehad?

‘Absoluut niet, ik vind het heel mooi werk waar ik mijn zorgzaamheid in kwijt kan. Er zijn voor mensen, dat wil ik graag en dat kan ik hier. Het bekende beeld van de arm om iemand heen, die ontzettend lijdt, maar ook goede voorlichting geven, mensen daarin meenemen. Ik zorg voor bewoners, maar daar krijg je meestal de familie, de mantelzorgers, ook meteen bij. De naasten gaan iemand verliezen, dat hebben ze vaak nog niet lang geleden te horen gekregen en dat idee moeten ze verwerken.

Ik heb nog een heleboel te leren over palliatieve zorg, over de medicatie, over hoe alles in zijn werk gaat. Bij het gebruik van de morfinepomp wil je natuurlijk absolute zekerheid hebben, dan is er altijd een dubbelcheck van een collega.’

Wanneer heb je het zwaar?

‘Iemand kan naar ons hospice als de prognose van de arts is dat hij of zij minder dan drie maanden te leven heeft. Maar de laatste tijd was de opnametijd vaak heel kort; veel mensen overleden een paar dagen na de intake. Dat ging maar door en dat vond ik heel heftig.

Als mensen wat langer bij ons zijn leer je ze wat beter kennen en kun je meer voor ze doen. Bijvoorbeeld ergens naartoe met de wensambulance, naar de dierentuin met een kleinkind. Als zo’n bewoner overlijdt is dat relatief beter te aanvaarden, dat gebeurt in een hospice. Maar het is wel moeilijk om iemand waaraan je je een beetje hecht, erg te zien lijden. Dan heb je aan het eind van een werkdag even tijd nodig om het achter je te laten. Het is twintig minuten rijden naar huis, dat is meestal genoeg. En je krijgt veel steun van collega’s en vrijwilligers. Mensen werken hier niet voor niets, iedereen is empathisch en meelevend.’

Genieten van het eten, kan dat in een hospice?

‘Zeker! Als het even kan moet dat een feestje zijn. Als iemand graag een kroket wil, ook al kan hij er maar een of twee hapjes van nemen, dan fietst er bij wijze van spreken iemand naar de snackbar.

Bewoners met kanker hebben vaak nauwelijks eetlust, of slikproblemen. Dan is het heel fijn als je toch iets kunt doen. Dat kan op elk moment, we houden ons dan niet te strak aan vaste tijden voor het eten. Onze onmisbare vrijwilligers, waar we in het hospice ontzettend blij mee zijn, inventariseren ook elke dag hoeveel mensen er op bezoek zijn en of ze willen mee-eten. Want dat kan altijd!’